Het zal mijn tijd wel duren

I won’t see the end of that, it will last my time
[Dutch phrase of the week]
[het zal mijn tijd wel du-ren] 

Literally ‘it will last my time’, you can use this phrase when the consequences of an event are not immediate but may be noticed after a long time, typically when it is no longer of concern to you and hence you don’t care about it. The phrase can also be used in general when you don’t care about the outcome of something because it doesn’t concern you much.

“Het schiet voor geen meter op met die metrotunnel!” – “Ach, het zal mijn tijd wel duren, de fiets is voor mij prima!” 
(“I can’t believe the lack of progress in the metro tunnel construction!” – “Oh well, I don’t care much about the progress, I’m fine riding my bicycle!” Note the verb ‘opschieten’: to make good progress.)

“Maak jij je zorgen om de verhoging van de pensioenleeftijd?” – “Nee, het zal mijn tijd wel duren, tegen de tijd dat ik met pensioen ga is alles toch weer veranderd.” 
(“Are you worried about the increase of the retirement age?” – “No, I don’t care what they will eventually decide, by the time I retire everything will have changed again anyways.”)

“Wat vind jij van de plannen van de gemeente om deze buurt op te knappen?” – “Het zal mijn tijd wel duren, ik verhuis binnen 5 jaar en ik vind het zoals het nu is best.” 
(“What do you think about the plans of the municipality to tidy up the neighbourhood?” – “I won’t see the end of that so I don’t care. I will move within 5 years and I think it’s fine the way it is now.”)

“Ik vraag me af of de organisatie wel echt efficiënter gaat werken als de reorganisatie voltooid is. Maar goed, het zal mijn tijd wel duren want ik ga over twee jaar met pensioen.” 
(“I wonder whether the organization will really operate more efficiently once the reorganization has been completed. Anyways, I won’t see the end of that because I will retire in two years from now.”)

Related words:
– Tijd: time, period of time [noun] [de tijd, de tijden].
Duren: to last, to take [verb] [duurde, geduurd].
– Voortduren: to continue, to go on, to drag on [verb] [duurde voort, voortgeduurd].
– Onverschillig: indifferent (to), disinterested [adjective].
– Achterover leunen: to lean back(wards) [verb] [leunde, geleund]. This is also ironically used for people who are deliberately inactive.
– Met pensioen gaan: to retire [verb] [ging met pensioen, met pensioen gegaan].


to last, to take
[du-ren, duur-de, ge-duurd

The verb ‘duren’ is used to indicate that an activity lasts a specific period of time, or that it is ongoing. It’s used in the same way as the English ‘to take’ or ‘to last’ (although ‘to last’ may indicate a more passive experience which is not explicitly clear when using ‘duren’).

– “Hoe lang duurt de film?” 
(“How long does the film last?”)

– “Dit duurt mij te lang, ik kom wel een andere keer terug!” 
(” (I think) this is taking too long, I’ll come back some other time!” Note that ‘mij’ in this case means ‘in my opinion’.”)

– “Hoe gaat het tussen jullie?” – “Goed! We hebben op het moment geen ruzie. Voor zolang als het duurt…” 
(“How are things between the two of you?” – “Good! We are not fighting at the moment. We’ll see how long that lasts…” Note that ‘(voor) zolang als het duurt’ is typically used ironically.)

– “Kun je heel even wachten, het duurt niet lang!” 
(“Would you mind waiting, this won’t take long!”)

– “Waarom duurt het altijd zo lang voordat je klaar bent om te vertrekken?” 
(“Why does it always take so long before you are ready to leave?”)

– “Zolang de sollicitatieprocedure duurt, is er geen communicatie mogelijk over de voortgang.” 
(“During the hiring process it is not possible to communicate on the progress.”)

– “Ik had vanochtend een vergadering en het duurde en duurde maar, ik dacht dat er geen einde aan kwam!” 
(“This morning I had a meeting that dragged on forever, I thought it would never end!” The phrase to remember here is ‘Het duurde en duurde maar’.)

– “Dat/het zal mijn tijd wel duren”: that/it will last my time.

– “Ik ben benieuwd hoe de reorganisatie zal verlopen…” – “Ach, het zal mijn tijd wel duren, ik ga bijna met pensioen…”
(“I’ll be curious to see how the reorganization will go…” – “Oh well, it will last my time, I’ll retire soon…”).

Related words:
– Tijd: time [noun] [de tijd, de tijden].
– Duur: length (of time) [noun] [de duur, <no plural>].
– Periode: phase, period [noun] [de periode, de periodes].
– Wachten: to wait [verb] [wachtte, gewacht].
– Voortduren: to drag on, to endure, to persist [verb] [duurde voort, voortgeduurd].