27. Bestek

cutlery [noun] [het bestek; 'bu-stek']

Examples of "bestek":
1. "Mes": knife.
2. "Vork": fork.
3. "Lepel": spoon.
4. "Theelepel(tje)": tea spoon.
5. "Dessertlepel": dessert spoon.
6. "Bij elke gang hoort nieuw bestek."
("Each course requires new cutlery." Also see 19. Gang.)

"Bestek" is also used to indicate a period of time (with reference):

Examples:
1. "Binnen dit tijdsbestek is het niet mogelijk."
("Within this timeframe it is not possible.")

2. "Binnen het bestek van 3 jaar wordt het project afgerond."
("In the space of 3 years the project will be finished.")

One thought on “27. Bestek

  1. De Belgen hebben ook nog een ‘bestek’ in de zin: “Bestek PA 09/2008 – Leveren, plaatsen (…)van een systeem voor verkeersgeleiding voor de stad Gent”; ziet er uit naar “specifications” (niet ‘specification’, dat is gewoon een norm, zoals DIN, AFNOR, ASTM, BS enz.)
    Heet in NL een PvE (Programma van Eisen).

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>