conference Iconspeaker_3
[de con-fe-ren-tie, de con-fe-ren-ties]

Quite often Dutch people also use the word "congres" which is similar to "conferentie", so a Dutch person might tell you that "he is going to a congress", see the Related words. Note that the "tie" in "conferentie" is pronounced "tsie".

– "Volgende week ben ik niet op kantoor, want ik ga naar een conferentie." 
("Next week I will not be in the office, because I’ll be going to a conference.")

– "Ga je wel eens naar een conferentie voor je werk?" – "Nee, mijn werkgever vindt dat niet nodig." 
("Do you ever attend a conference for work?" – "No, my employer feels it is not necessary.")

– "Is je artikel al gepubliceerd?" – "Nee nog niet, ik presenteer het eerst op een conferentie." 
("Has your paper been published yet?" – "No not yet, I will first present it at a conference.")

– "Is Sarah in Tallinn voor die conferentie?" – "Misschien, ze heeft er niets over tegen mij gezegd. Sander is er wel, dat weet ik zeker." 
("Is Sarah in Tallinn for that conference?" – "Maybe, she has not said anything about it to me. Sander is there, that I know for sure.")

Related words:
– Vergadering: meeting [noun] [de vergadering, de vergaderingen].

Congres: conference [noun] [het congres, de congressen]. In Dutch the
word "congres" is often used for a more formal or bigger conference.

– "Ga je naar een congres of naar een conferentie?" – "Ik weet het niet, wat is het verschil?"
("Are you going to a ‘conferentie’ or to a ‘congres’ "? – "I don’t know, what is the difference?")