earthquake
[noun]
[de aard-be-ving, de aard-be-ving-en]
"Aardbeving" is composed of "aard" – from "aarde" – and "beving", which respectively translate to "earth" and "tremor/shake".
Examples:
- "Japan is vanmorgen getroffen door een zware aardbeving."
("Japan has been struck by a major earthquake this morning.")
- "De aardbeving heeft een grote tsunami veroorzaakt, de situatie is nu zeer ernstig."
("The earthquake has caused a big tsunami, the situation is very serious now.")
- "Tijdens de aardbeving in Christchurch zijn er meer dan honderd slachtoffers gevallen…" – "Verschrikkelijk!"
("During the earthquake in Christchurch more than a hundred lives were lost." Lit.: "…casualties have fallen.")
Expressions:
- "Ik sta op mijn benen te trillen": my legs are shaking. Lit.: "I'm shaking on my legs".
- "Beven van (de) angst": to tremble with fear.
Example:
- "De kinderen beefden van angst toen de bullebak tegen hen schreeuwde."
("The children trembled with fear when the bully cried out against them.")
Related words:
- Aarde: earth, dirt, ground [noun] [de aarde, de aardes].
- Beven: to tremor, to tremble, to shake [verb] [beven, beefde, h. gebeefd].
- Trillen: to tremor, to tremble, to shake [verb] [trillen, trilde, h. getrild].
- Trilling: tremor, vibration [noun] [de trilling, de trillingen].
Example:
- "Voel je die trillingen in de tafel? Het zal toch geen aardbeving zijn?"
("Do you feel those vibrations in the table? That's not an earthquake, is it?")
- Schaal van Richter: Richter scale.