De één zijn dood is de ander zijn brood

one man’s misfortune is another man’s opportunity
[de één zijn dood is de an-der zijn brood] 

The literal translation of ‘de één zijn dood is de ander zijn brood’ is ‘the death of one, is the bread of another’. It is used when there is a case of somebody profiting from somebody else’s misfortune.

“Ik heb mijn iPod Touch in het vliegtuig laten liggen.” – “Dat is balen, maar je hebt wel een ander blij gemaakt.” – “Ja, ja, ik weet het, de één zijn dood is de ander zijn brood etc.”  
(“I left my iPod Touch on the plane.” – “That’s unfortunate, but then again, you did make somebody else happy.” – “Yeah, yeah, I know, one man’s misfortune is another man’s opportunity and all that…”)

“Er zijn mensen die hun brood verdienen met wapenhandel, dat is bijna letterlijk een geval van ‘de één zijn dood is de ander zijn brood’.” 
(“There are people who earn their living with arms trade, that’s almost literally a case of ‘de één zijn dood is de ander zijn brood‘.” Note the other expression with ‘brood’: ‘je brood verdienen met’.)

“Door de crisis heeft één van de twee groenteboeren bij ons in de buurt zijn deuren moeten sluiten. Maar je ziet weer dat de één zijn dood de ander zijn brood is, want met die andere zaak gaat het nu plotseling weer heel goed!” 
(“One of the two greengrocer’s shops in our neighbourhood has had to close down due to the (financial) crisis. But it is once again illustrated that one man’s misfortune is another man’s opportunity because the other shop is suddenly doing very well again!” Note that a ‘boer’ is a ‘farmer’ in Dutch, however it is also used for a greengrocer’s (groenteboer) and for small cheese shops (kaasboer).)

– “Een slaatje slaan uit iets”: to profit from a situation / to cash in on something.

“Sander heeft nog steeds geen slaatje weten te slaan uit zijn blog :-)”
(“Sander still has not cashed in on his blog 🙂 “).

Related words:
– Dood: death [noun] [de dood, <no plural>].
– Brood: (loaf of) bread [noun] [het brood, de broden].
– Profiteren (van): to profit (from), to take advantage (of) [verb] [profiteerde, geprofiteerd].
Pech: bad luck [noun] [de pech, <no plural>].
– Geluk: luck, happiness [noun] [het geluk, <no plural>].

7 thoughts on “De één zijn dood is de ander zijn brood

  1. Good to see you back!

    I thought you might have gone completely huisje-boompje-beestje. 😉

  2. I like this blog! However, I don’t completely agree on the translation of the last example, because it suggests that Sander can only profit from his blog by cashing in on it. However, he might not cash in on it, but still profit from it in some other way(s).

    • Yes, it is correct dat ‘een slaatje slaan uit iets’ not by definition implies financial profit. You would need more context to be certain. However, in this case I do mean financial profit 😉

  3. About the literal translation: I suspected that there’s a wordplay with zijn that can mean ‘to be’ and ‘his’… Could it be: ” for the one being dead is for the other his broad”? If I am not completely wrong, there’re some bits understated in the saying: (het voor) de één zijn dood is (voor) de andere zijn brood. I get confused by the ‘zinsontleding’… or should we just take it as it is?

    • ‘De één zijn dood is de ander zijn brood’ is a shortened version of ‘(Dat) wat voor de één zijn dood is, is voor de ander zijn brood’.

      Another example of such a construction is:
      ‘Wat voor de één zijn kernkwaliteit is, is voor de ander zijn valkuil’.

      So ‘zijn’ is in fact used as a possessive pronoun in both cases. However, in most cases we would not use this form and say instead:
      ‘De kernkwaliteit van de één, is de valkuil van de ander’.

  4. The English expression “One man’s meat is another man’s poison” is close literally but interestingly not the same idea as the misfortune/opportunity interpretation. For that we might say, “One man’s sorrow is another man’s fortune”.

Comments are closed.