Geef maar een gil

just give me a shout
[geef maar een gil] 

Vrouw schreeuwt in megafoonThe general Dutch verb for ‘to scream’ (to ‘cry (out)’) is ‘schreeuwen’. When the screaming is high-pitched, it becomes ‘gillen’ with related noun ‘gil’. In case of ‘squealing’ or ‘screeching’ one can also use ‘gillen’. In the phrase ‘geef maar een gil’ however, ‘gil’ translates as ‘shout’. So when somebody asks you to ‘geef maar een gil’, don’t start screaming 🙂

You may also hear ‘geef me (maar) een gil’ which you would use if you expect/want to be the one who is called for.

“Geef maar een gil als je klaar bent, dan kom ik je ophalen.” 
(“Let me know when you’ve finished and I’ll come and pick you up!”)

“Ik heb vanavond nog geen plannen dus geef maar een gil als je zin hebt in een biertje!” 
(“I don’t have any plans yet for tonight so just give me a shout in case you would like to go for a beer!”)

“Geef maar een gil als je vragen hebt; ik zit in het kantoortje hiernaast.” 
(“Just give me shout in case you have questions; I’ll be in the office (room) next door.”)

“Geef maar een gil als je nog wat tips wil voor je vakantie; ik ben al een paar keer in Istanbul geweest.” 
(“Don’t hesitate to contact me in case you would like a few tips for your holiday; I have been to Istanbul a couple of times.”)

– “Om hulp roepen”: to call for help.
– “Iets van je laten horen”: to let somebody know how you are doing / to stay in touch / to give a sign of life. The opposite is “niets van je laten horen”.

“Veel succes vandaag! Laat je iets van je horen als je klaar bent?”
(“Good luck today! Will you let me know when you are done?”)

Related words:
– Gil: scream, screech, squeal [noun] [de gil, de gillen].
– Gillen: to scream, to screech, to squeal [verb] [gilde, gegild].
– Roepen: to call, to shout, to holler [verb] [riep, geroepen].
– Schreeuwen: to scream, to cry (out) [verb] [schreeuwde, geschreeuwd].
– Krijsen: to shriek, to screech [verb] [krijste, gekrijst].
Hulp: help, assistance [noun] [de hulp, <no plural>]. In the translation of ‘helper/assistant’, the plural form would be ‘de hulpen’.

Geld moet rollen

money is there to be spent / you must keep the money moving
[geld moet rol-len] 

When you really should not be spending any money but still do, you can tell those who are concerned that ‘geld moet rollen’: money is there to be spent. The phrase can also be used more formally to say that in order to support the economy you must keep the money moving.

“Ze zeggen dat geld moet rollen, maar dan moet je wel eerst inkomen hebben!” 
(“They say that money is there to be spent, but that does require one to have income to begin with!”)

“Deze keer trakteer ik, jij hebt vorige keer betaald, weet je nog?” – “Ah joh, dat maakt me niks uit; geld moet rollen, toch??” 
(“This time it’s my treat, you paid last time, remember?” – “Oh I don’t care about that; money is there to be spent, right??”)

“Nikki, pas je op dat je niet te snel je geld uitgeeft? Anders haal je misschien het einde van de maand niet!” – “Ach, als het op is, is het op! En dan zie ik het dan wel weer. Ik vind dat geld moet rollen!” 
(“Nikki, be careful and don’t spend your money too fast. Otherwise you may not make it to the end of the month!” – “Oh well, when it’s gone it’s gone. And then I’ll deal with it when time comes. I believe that money is there to be spent!”)

“Vind je het gek dat het slecht gaat met de economie als iedereen de hand op de knip houdt. Geld moet rollen, zeker in deze tijden!” 
(“It’s not surprising that the economy is going bad when nobody is spending any money. You must keep the money moving, especially in these times!”)

– “Geld over de balk gooien/smijten”: to waste money. Lit. “to throw money over the beam”.
– “Geld laten rollen”: to spend money freely.
– “Veel geld stukslaan”: to spend money lavishly.
– “De hand op de knip houden”: to not spend any money / to deliberately live on a tight budget. I believe ‘knip’ refers to the traditional locking mechanism (see picture).
– “Geen cent te makken hebben”: to be broke / to hardly have any money.

Related words:
– Geld: money [noun] [het geld, de gelden].
Munt: coin, currency [noun] [de munt, de munten]
– Rollen: to roll [verb] [rolde, gerold].
– Uitgeven: to spend [verb] [gaf uit, uitgegeven].
– Spenderen: to spend [verb] [spendeerde, gespendeerd]. More formal synonym of ‘uitgeven’.
– Inkomen: income [noun] [het inkomen, de inkomens].
Blut: broke [adjective].


suburban bliss / a boring suburban existence / bourgeois life

‘Huisje-boompje-beestje’ symbolizes leading a nice and quiet conventional family life. You have a nice house (‘huisje’), a garden (‘boompje’) and probably a pet (‘beestje’). It is not necessarily a suburban life although the phrase is often used to imply exactly that. I don’t know why we use ‘boompje’ instead of ‘tuintje’ (with ‘tuin’ translating as ‘garden’), but this phrase may in fact be derived from the typical children’s drawing of a family, a house, a tree and a dog. Note that a pet is a ‘huisdier’ in Dutch (literally ‘house animal’) and not a ‘beestje’, see Related words below.

‘Huisje-boompje-beestje’ is often used as a pejorative, emphasizing the perceived boring aspect of living such a life. A related noun is ‘burgerlijk’: conventional, bourgeois. The epitome of ‘huisje-boompje-beestje’ is having a station wagon and living in a ‘Vinexwijk’, see Extra below.

“Sander heeft zaterdag een keuken gekocht. Hij is nog nooit zo dicht bij huisje-boompje-beestje geweest!” 
(“Sander bought a kitchen on Saturday. He has never been this close to leading a conventional bourgeois life!”)

“Heb je gehoord dat Annette een huis heeft gekocht met haar vriend? En ze is ook nog zwanger!” – “Wauw, ik had niet verwacht dat ze nu al voor huisje-boompje-beestje zou kiezen; zij was vroeger echt een wilde!” 
(“Have you heard that Annette has bought a house with her boyfriend? And not only that, she is also pregnant!” – “Wow, I hadn’t expected her to choose a suburban life this quickly; she used to be a wild one!”)

“Ik hoor altijd van die stoere verhalen over de wereld rondreizen en zo lang mogelijk van je vrijheid genieten, maar ik heb eigenlijk maar één wens: een huisje-boompje-beestje-leven! En wel zo snel mogelijk!” 
(“I always hear such tough stories about travelling around the world and enjoying one’s freedom as long as possible, but as it turns out I have only one wish: suburban bliss! And I want it now!” Lit. “And (in fact) as quickly as possible!”)

“Mike! Dat is lang geleden dat ik jou gezien heb! Hoe gaat het man? Is die station wagon van jou?” – “Het gaat goed! Ja, die auto is van mij; ik ben helemaal huisje-boompje-beestje geworden, erg hè?” 
(“Mike! It’s been a long time since I last saw you! How are you doing man? Is that station wagon yours?” – “I’m doing fine! Yes, that car is mine; I have gone completely suburban, terrible isn’t it?”).

Related words:
– Burgerlijk: conventional, bourgeois [adjective].
– Ingekakt: boring, quiet [adjective]. From the verb ‘inkakken’: to doze off, to become slightly lethargic (temporarily).
– Nieuwbouwwijk: new housing estate, new housing development [noun] [de nieuwbouwwijk, de nieuwbouwwijken]. Also see Extra below on ‘Vinexwijk’.
– Voorstad: suburb [noun] [de voorstad, de voorsteden].
– Buitenwijk: suburb [noun] [de buitenwijk, de buitenwijken].
– Huisdier: pet [noun] [het huisdier, de huisdieren].
– Tuin: garden [noun] [de tuin, de tuinen].
Huis: house [noun] [het huis, de huizen].
Boom: tree [noun] [de boom, de bomen].
– Beest: animal, beast, bug [noun] [het beest, de beesten]. The diminutive is almost only used in the translation of ‘bug’ or ‘insect’.

A word that has almost become a synonym for new housing development in the Netherlands is ‘Vinexwijk’. Not every new housing development area is a ‘Vinexwijk’ though. Vinex is short for ‘Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra’, a (spatial planning) policy briefing note issued in 1991 detailing the designated areas in the Netherlands where massive new housing development were to be built. Well-known examples are ‘Ypenburg’ in The Hague and ‘Leidsche Rijn’ in Utrecht.

Over smaak valt niet te twisten

there is no accounting for taste
[o-ver smaak valt niet te twis-ten] 

‘Smaak’ is the Dutch noun for ‘taste’ and is used in both the meaning of ‘taste for things’ and ‘taste of things’ (flavour). Sometimes it is said that ‘iemand heeft een goede smaak’: someone has good taste. Equally, one can say that ‘iemand heeft een slechte smaak’ (bad taste). Which is weird, because… ‘over smaak valt niet te twisten’ (one can’t argue about taste)!

Outside this phrase I think the verb ‘twisten’ is not used much. You may hear ‘redetwisten’ more often; see the Related words below.

“Ik heb me een paar ‘carrot jeans’ laten aansmeren in de Dieselwinkel, maar nu ik zie opnieuw aandoe vind ik het toch geen gezicht!” – “O, nou ik vind ze wel hip hoor! Maar ja, over smaak valt niet te twisten, en zeker niet over de smaak van de jeugd van tegenwoordig!” 
(“I let them talk me into buying a pair of carrot jeans at the Diesel store, but now that I try them on again I think they don’t look good on me at all!” – “Oh, well, I think they are pretty trendy! But then again, there is no accounting for taste, and definitely not for the taste of today’s youth!” Note the expression ‘het is geen gezicht’: it doesn’t look good at all / it’s a hideous sight / etc.)

“Hou jij niet van soulmuziek? Nou, dan heb je echt geen smaak!” – “Hoezo heb ik dan geen smaak? Over smaak valt niet te twisten, weet je nog!” 
(“You don’t like soul music? Well, then you definitely have no taste!- “What do you mean I have no taste? There is no accounting for taste, remember?” A girl once told me I had no taste when I disapproved of the soul music that was played at a school party, after which we never interacted again.)

“Hoe kun je nu niet van Italiaans eten houden? Je bent zeker zo’n stomme Hollander die alleen maar stamppot lust!” – “Zo hé, wat een vooroordelen! Ik hou er gewoon niet zo van; over smaak valt niet te twisten!” 
(“How can you not like Italian food? You are one of those stupid Dutchmen aren’t you, one that only likes ‘stamppot’!” – “My, what prejudice! I just don’t like it that much; there is no accounting for taste!” Technically, a Dutchman is a ‘Nederlander’ but when used derogatorily one often says ‘Hollander’.)

– “(Er is) voor ieder wat wils”: (there’s) something for anyone’s taste.

Related words:
– Smaak: taste, flavour [noun] [de smaak, de smaken].
– Proeven: to taste [verb] [proefde, geproefd].
– Voorkeur: preference [noun] [de voorkeur, de voorkeuren].

– “Ik heb een voorkeur voor nette kleren, maar ik ga ook wel eens ‘casual’ gekleed.”
(“I prefer business attire but once in a while I also dress casually.” Note that in Dutch the word ‘casual’ in the context of clothing is in common use. The proper Dutch word would be ‘vrijetijdskleding’: clothes one wears when not working (in your ‘free time’). Note that ‘nette kleren’ is not necessarily business attire, it can be any kind of ‘smart’ clothing.)

– Twisten: to argue, dispute, debate [verb] [twistte, getwist].
– Redetwisten: to argue, dispute [verb] [redetwistte, geredetwist]. This verb differs from ‘twisten’ in that it emphasizes that speech (‘rede’) is the medium.
– Discussiëren: to argue, debate [verb] [discussieerde, gediscussieerd].

Doe me een lol

do me a favour / give me a break / knock it off, will you
[doe me een lol] 

‘Doe me een lol’ is used colloquially. You can use it positively to say ‘do me a favour’ (or a positive ‘give me a break’), but you can also use it when annoyed in which case it means something like ‘give me a break!’ or ‘knock it off!’. The noun ‘lol’  in general translates as ‘fun’.

The more formal equivalent of ‘doe me/mij een lol’ is  ‘doe mij een plezier’ or ‘doet u mij een plezier’ and this form is more often used in a positive way. There are also expressions with the diminutives ‘lolletje’ and ‘pleziertje’; see Expressions below.

“Doe me een lol en zet deze vuilniszak even buiten.” – “Doe het lekker zelf, ik ben je slaafje niet!” 
(“Help me out will you and take the trash/waste outside.” – “Why don’t you do it yourself, I’m not your slave!” Lit. ‘” …put the trash bag outside.” The diminutive ‘slaafje’ is used in case one feels misused to do small chores.)

“Doe me een lol en zet die muziek wat zachter; sommige mensen proberen hier te werken, ja?!” 
(“Do me a favour and turn down that music; some people are trying to work here, OK?!”)

“Alsjeblieft? Alsjeblieft, doe me een lol en zeg het niet tegen mijn ouders! Dan krijg je van mij ook een pakje sigaretten! Deal?” – “Ok, ik zal niks zeggen maar dan wil ik naast het pakje sigaretten ook een nieuw iPhonehoesje!” 
(“Please? Please, give me a break and don’t tell my parents! Then I’ll get you a pack of cigarettes too! Deal?” – “OK, I won’t say a thing, but I also want a new iPhone sleeve in addition to the pack of cigarettes!”)

– “Doet u mij een plezier en …”: please do me a favour and … .
– “Voor de lol”: just for the fun of it / just for fun / for a laugh.

“Wat heb je gedaan gisteren?” – “O, we zijn naar Oudewater geweest.” – “Heb je daar familie of zo?” – “Nee, we zijn voor de lol geweest.”
(“What did you do yesterday?” – “Oh, we went to Oudewater.” – “Do you have relatives there or something?” – “No, we went just for fun.”)

– “Dat is geen lolletje/pleziertje”: that’s no fun at all / that is not pleasant at all.

Related words:
– Lol: laugh, fun [noun] [de lol, <no plural>].
– Lolletje: laugh, joke [noun] [het lolletje, de lolletjes].
– Plezier: fun, joy, pleasure [noun] [het plezier, <no plural>].
– Pleziertje: pleasure [noun] [het pleziertje, de pleziertjes].
– Lolsmurf: jokey smurf [noun] [de smurf, de smurfen].